Maandverslag OPNL Eerste Kamer – Juni / Juli 2026  

In de maanden juni en juli werkten wij als OPNL-fractie aan de behandeling van uiteenlopende wetsvoorstellen, waaronder ook de begrotingsvoorstellen van ministeries en afzonderlijke fondsen. Als OPNL-senator gaf ik daarbij in het plenaire debat uiteraard aandacht aan de begrotingen voor Gemeente- en Provinciefonds. Dat raakt onze gemeenten en provincies direct – en daarmee ook de burgers. Als OPNL-senator was ik deze maanden niet alleen in de plenaire zaal te vinden: een belangrijk onderdeel is het voorwerk dat in de commissies wordt verricht. De OPNL-fractie stelde – waar mogelijk samen met andere fracties – vragen over de toenemende beperkingen van de toegang van burgers tot het recht en over het mogelijk maken van thuiswerken in de grensregio’s, ongeacht de landsgrenzen.

Net als in de vorige verslagperiodes kregen we voor het werk in de Eerste Kamer waardevolle input van de leden van de Steunfractie OPNL, dat wil zeggen de provinciale Statenleden van de regionale partijen die zijn aangesloten bij OPNL. Zij vinden het belangrijk dat de gemeenten in de regio over voldoende middelen beschikken via het Gemeentefonds. Zij benadrukken dat de regio’s buiten de Randstad niet mogen worden vergeten bij de verdeling van middelen en investeringen en bij het handhaven van basisvoorzieningen die nodig zijn voor de leefbaarheid en brede welvaart in deze regio’s. Ook vragen de provinciale partijen aandacht voor de gevolgen van mijnbouwschade, zoals gaswinning in de drie noordelijke provincies en de naweeën van mijnbouw in Zuid-Limburg

Dit is in 2026 de derde aflevering van de serie Maandverslagen van de OPNL-fractie in de Eerste Kamer. Het maandelijkse ritme wordt door onze fractie met de nodige soepelheid geïnterpreteerd, zo zal duidelijk zijn. Het was een veelbewogen politiek halfjaar, niet alleen in het parlement, maar ook lokaal en in de regio. Bij de gemeenteraadsverkiezingen in maart waren de lokale partijen in veel gemeenten opnieuw succesvol. Dat resultaat werkte ook door in de vorming van de nieuwe colleges van B&W. In de gemeente Heerenveen heb ik, op uitnodiging van de fractie van Heerenveen Lokaal, de collegevorming mogen voorbereiden, in de rol van verkenner en informateur. Het nieuwe college is eind juni geïnstalleerd. Het was voor mij een bijzondere ervaring om in deze periode zelf actief te mogen zijn in de lokale politiek, diezelfde lokale politiek waarvoor ik me als OPNL-senator sterk maak vanuit het perspectief van de Eerste Kamer! Het nieuwe college wil ik ook vanaf deze plaats graag veel succes wensen!

Op alle niveaus – lokaal, provinciaal, in de waterschappen en nationaal – is het nu reces in de politieke arena. Wat overigens niet hetzelfde is als rust in de politiek. Het stikstofdossier bijvoorbeeld sluimert onder de oppervlakte, en lijkt her en der de kop op te steken met mogelijk tijdens het reces een spoeddebat in Provinciale Staten van Noord-Brabant. Toch hoop ik dat ook voor de onafhankelijke politici in ons land voldoende tijd en gelegenheid is om bij te tanken en straks met frisse energie de draad weer op te pakken na het reces: van onderop en dichtbij de burger. Met voldoende financiën voor gemeenten en provincies om hun (medebewinds)taken uit te voeren. De Raad voor het Openbaar Bestuur heeft over dat cruciale onderwerp recent een derde rapport in successie uitgebracht. Als OPNL-senator blijf ik dit dossier nauwlettend volgen. Dat geldt evenzeer voor de fragmentarische manier waarop de mijnbouwschade in Nederland is geregeld. Dat krijgt een nieuwe dimensie met de plannen voor zoutwinning uit de Waddenzee, dichtbij het aan karakteristieke gebouwen rijke Harlingen. Staatssecretaris De Bat heeft onze mijnbouwvragen nog altijd niet beantwoord. Dat is niet zoals het hoort, maar zo gaat het nu eenmaal in Den Haag. Zorgwekkend voor het vertrouwen van de burger in de politiek. Desalniettemin – of juist daarom – een fijne vakantie gewenst!

Auke van der Goot

25 juli 2026